© Denis Vercruysse 2017

Het vijfkoppige dichterscollectief Het venijnig gebroed (HVG) bewandelt niet de rechtlijnige, kortste weg tussen twee punten, maar het grillige parcours van het labo, waar ze gewapend met lach en traan en op geheel onverstoorbare wijze sleutelen aan hun poëzie.

Een route die sinds 1997 vertrekt vanuit koppige inzichten, gecultiveerde ijdelheid, onbesuisde gedrevenheid en een voorliefde voor kunstenaars die buiten de lijntjes kleuren.

Uitgangspunt van het collectief was om op een pretentieloze wijze het literaire landschap te verlevendigen. Waar voor hen de grafstem van het maar al te vaak herhaalde weerklonk, doken ze op om een nieuwe lente te laten horen.

Het venijnig gebroed bestaat uit Denis Vercruysse, Frederik Lucien De Laere, albrecht b doemlicht, Jan Wijffels en Ann Slabbinck.

PoëzieCentrum, 2012

Opgezet Spel

Het zijn podiumdichters par excellence, maar evengoed schuwen ze het hermetische gedicht niet. Er is hoegenaamd niet veel dat ze schuwen.

Ooit bezetten ze bijvoorbeeld onaangekondigd en zwaaiend met speelgoedgeweren het podium van een groot poëziefestival. Kattenkwaad, dat wel, maar dan van het soort van waaruit ze zich al snel ontpopten tot de organisatoren van allerlei en vaak eenmalige poëzie-evenementen, waarvan ze het karakter voortdurend bijstelden. Zo hebben ze in Brugge het grootschalige festival Het Gehuig opgezet, waar in drie zalen poëzie geconfronteerd werd met progressieve muziek en film. Die confrontatie tussen disciplines bleek al snel een motor van het collectief te zijn.

Verschillende samenwerkingen vloeiden voort tussen beeldende kunstenaars, muzikanten en HVG.

Een hoogtepunt was het project GAT (Gezamenlijke Artistieke Tekst), een project voor Brugge 2002, Culturele hoofdstad van Europa, waarvoor ze een parcours bouwden rond een lokale legende, langs poëzie in het straatbeeld en allerlei voor het project ontworpen kunstwerken heen, tot in een keldercafé waar de rokerige en samenzweerderige sfeer van revolutionairen kon worden ingeademd.

Evengoed organiseerden ze ook kleinschalige evenementen. Ze lazen bijvoorbeeld hun teksten voor in een piepkleine ruimte voor een publiek van hooguit 2 à 3 personen.

Ze declameerden poëzie op drum 'n bass-avonden, op erotische beurzen, in jeugdherbergen, op festivals, in de kerk, op de kansel, in boksringen, op stellingen, in een opera, op een lijnbus, in een planetarium, als pizzabezorgers, tijdens een schaakwedstrijd, tijdens een projectie van hun eigen film...

Je kunt het zo gek niet bedenken, of HVG heeft het al bedacht.

Met deze bundel werd een poging ondernomen om een beeld te vormen van de dichtersgroep Het venijnig gebroedEen röntgenfoto, want dit collectief is onlosmakelijk verbonden met het podium en de kleur van de aangename gekte die erop te vinden is.

Ribbenman klopt op z'n kast

met twaalf bronzen dreunen

pompt het ritme van middernacht

deep als een donker hart

klauwen van kraaien

klikken op kale takken

met kranten en plastic zakken

kleedt zich de onweerwind

ogen worden aangeknipt in dit bos

verbleekt in het blinken van een bijl

de sombere grom van een monster

als de stappen in een lege steeg

de maan huilt

aan het begin van een blauwe sloot

die kolkend van blote spoken

kronkelt als een wortel van de levensboom

daar bromt de aarde als een grote trom

een wolf springt door een heksenkring

verander, salamander

een draak blaast een bliksemstraal

over het columbarium

waar strooipotten als botten kraken

en uit de hete klei van menselijke resten

een beest wordt gebraakt

het feest begint

een toverkol gaat uit de bol

en danst de samba met een zwarte mamba

dol als een derwisj draait ze rond

en rond haar vinger een ketting van been

een ratelende dodendans

en reutelt Saint-Saëns

dol als een elektron draait ze dan rond

en rond haar vinger een cirkel van vuur

de haan kraait wanneer die zon dan laait

en met dat verblindend licht

zo wordt de nacht weer uitgewist.

Disco Macaber